Hoge Raad bevestigt veroordelingen voor ambtelijke omkoping op Sint Maarten
Op 3 februari 2026 heeft de Hoge Raad de veroordelingen van een echtpaar wegens medeplegen van ambtelijke omkoping op Sint Maarten bevestigd. De man, destijds hoofd van een beheerdienst van een ministerie, en zijn echtgenote werden beschuldigd van het aannemen van steekpenningen in ruil voor het gunnen van aanbestedingen, waaronder die voor de vuilnisstortplaats op het eiland.
Het Gemeenschappelijk Hof veroordeelde de man tot 32 maanden gevangenisstraf en ontzegde hem het recht om gedurende zeven jaar ambten te bekleden. De vrouw kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden en een taakstraf van 210 uur. Beide verdachten gingen in cassatie bij de Hoge Raad, maar deze oordeelde dat de cassatieklachten niet slaagden en liet de veroordelingen in stand.
Deze uitspraak benadrukt de ernst waarmee de rechterlijke macht in Sint Maarten corruptie binnen overheidsdiensten aanpakt. Het onderstreept het belang van transparantie en integriteit in het openbaar bestuur en dient als waarschuwing voor ambtenaren die overwegen misbruik te maken van hun positie voor persoonlijk gewin.